“Geduld oefenen en nooit de moed laten zakken!”

Als 79-jarige gepensioneerde sportleraar heeft André Bossicart een lange zoektocht moeten afleggen vooraleer hij de precieze oorzaak van zijn hartritmestoornis kon achterhalen. Sinds hij in 2000 ontdekte dat hij aan voorkamerfibrillatie leed, begon de queeste naar de meest geschikte behandeling om zijn ‘fibrillatie-episodes’ tegen te houden.

BeHRA: Hoe heeft u ontdekt dat u lijdt aan een hartkwaal?

André: "Het was een lange weg waarin geduld de grootste deugd bleek. Alles begon in 1993 toen ik in een winkel onwel werd: ik was lijkbleek en het zweet brak me uit. Ik heb meteen een afspraak met mijn huisarts gemaakt, maar een uur later waren alle symptomen volledig verdwenen. In juni 2000 begon mijn hart – na een wandeling van 20 kilometer – op hol te slaan. Onmiddellijk keerde ik huiswaarts om mijn bloeddruk te meten. Het apparaat gaf echter continu een foutmelding. Ongerust contacteerde ik snel mijn huisarts, maar alles bleek opnieuw perfect normaal te zijn. Geleidelijk aan werden deze symptomen van een hartritmestoornis echter steeds couranter; meestal verschenen ze één uur na een zware fysieke inspanning. Van toen af aan heb ik verschillende keren een ‘holter’ gedragen om telkens gedurende 24 uur continu mijn hartritme te registreren. Maar een episode van voorkamerfibrillatie bleef uit, dus werd er niks ontdekt.”

B: Hoe bent u dan uiteindelijk te weten gekomen dat u zich onwel voelde door voorkamerfibrillatie?

A: "Toen ik na een grote fysieke inspanning in 2000 een aanval kreeg, werd de diagnose van voorkamerfibrillatie eindelijk gesteld. De holter registreerde de crisis en na de analyse van de resultaten, stelde men enkele dagen later voorkamerfibrillatie vast. Mijn huisarts schreef me bijgevolg Sintrom voor, een anticoagulans. Als voormalig sportleerkracht en fervent liefhebber van duursporten, ben ik steeds blijven wandelen en fietsen. Sommige wandelingen waren wel vijftien kilometer lang en konden 3 tot 4 uur duren. Op die momenten doken bijna altijd onregelmatige hartkloppingen op, of het nu in het begin, tijdens of na mijn inspanningen was.”

B: Heeft u ook last van andere symptomen?

A: "Jazeker. Op 13 juli 2001, toen ik gewoon thuis was, voelde ik me plotseling totaal ontredderd. Mijn vrouw en ik waren uitgenodigd bij mijn kinderen voor een etentje, maar ik herinnerde me er ineens niets meer van. Die nacht heb ik dan ook doorgebracht op de spoeddienst en daar bleek dat ik een ‘voorbijgaande ischemische aanval’ (VIA) gekregen had. Deze kleine trombose manifesteerde zich in geheugenverlies van ongeveer een uur lang. In oktober van datzelfde jaar heb ik een echografie van mijn hart laten maken en daarna heb ik een afspraak gemaakt met het ziekenhuis van Aarlen waar de artsen me een elektrische schok toegediend hebben.”

B: Heeft deze elektrische schok uw situatie kunnen stabiliseren?

A: "Mijn toestand is gedurende de twee weken daarop verbeterd totdat de episodes van voorkamerfibrillatie opnieuw begonnen. Jarenlang hebben we geprobeerd om verschillende geneesmiddelen met elkaar te combineren om zo een behandeling te vinden die bij me zou passen. Elk jaar had ik echter nog enkele episodes met hartkloppingen die bovendien steeds vaker voorkwamen. Ten slotte hebben we in 2008 de ideale oplossing gevonden die me kan waarschuwen voor deze fameuze ‘episodes’.”

B: Deze behandeling op maat is het resultaat van een lange zoektocht. De opluchting is ongetwijfeld groot?

A: "Inderdaad! Ik geloofde er niet meer in en wou een chirurgische ingreep ondergaan… Niettemin, na een bloedanalyse in 2012, heeft men vastgesteld dat een van mijn geneesmiddelen een negatieve impact had op mijn schildklier en ik moest ermee stoppen. We hebben dan opnieuw verschillende combinaties van medicijnen uitgeprobeerd, maar geen enkele gaf het verhoopte resultaat. In maart 2012 werden in het Universitair Ziekenhuis van Mont-Godinne de haarden van voorkamerfibrillatie op het niveau van mijn longaderen verwijderd, deze bevinden zich in het linkeratrium van het hart. Deze ingreep heeft over het algemeen een slaagkans van meer dan 60%, maar na enkele weken kreeg ik opnieuw hartkloppingen. Ik vreesde dat ik pech had en deel uitmaakte van de resterende 40%.”

B: Wat is er na die operatie gebeurd?

A: "De episodes van voorkamerfibrillatie doken vrij snel terug op. Ik wou een tweede ingreep ondergaan, maar mijn arts raadde me aan om geduld te oefenen. Hij vertelde me dat ik sowieso minstens 6 maanden moest wachten vooraleer ik een nieuwe operatie kan ondergaan. Het geneesmiddel Sintrom hebben we nu vervangen door Pradaxa en ik ben terug begonnen met een kleine dosis anti-aritmica. Dit stabiliseerde mijn toestand en dat nu al sinds 3 maanden. Als ik toch terug zou hervallen, is het zeer waarschijnlijk dat ik een nieuwe ingreep probeer.”

B: Wat zou u personen met een hartritmestoornis aanraden?

A: "Ik zou hen aanraden om geduld te oefenen en vooral de moed niet te laten zakken. Het is niet altijd makkelijk om te weten te komen wat er aan de hand is, maar eenmaal de diagnose gesteld en de passende behandeling gevonden, zal ook de psychologische vermoeidheid verdwijnen en voel je je opnieuw goed in je vel.”

Een initiatief van

Sponsors

Om een defibrillator toe te voegen, mailt u de exacte locatie (adres of coördinaten) naar BeHRA@vademecom.be.
Met dank aan de FOD volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu.
= AED